De Factcheck zit er ook wel eens naast!

Vorige week verscheen er in de NRC een column van Christiaan Weijts over de onzalige plannen van minister Kamp om subsidie te geven aan de NAM (Shell) om de laatste restjes  gas uit de Noordzee te halen. Christiaan Weijts verzuchtte dat het plaatsen van 1 zonnepaneel op elk huis de extra gaswinning overbodig zou maken.

Vervolgens verscheen er in dezelfde NRC een “fact check” van Bas Tooms. De conclusie: met een zonnepaneel op elk huis komen we er niet!

(voor de volledigheid het artikel: Een zonnepaneel op elk dak maakt aardgas onnodig – NRC Handelsblad – Blendle)

Onderstaande bijdrage van Guus Jansen laat zien dat de argumentatie van de Factcheckers niet klopt. Gevalletje van huiswerk overdoen?


In de rubriek Factcheck van 25 augustus wordt het waarheidsgehalte van de stelling van NRC-columnist Christiaan Weijts beoordeeld. Zijn stelling dat “Als op elk Nederlands dak een zonnepaneel zou staan, hadden we geen gas meer nodig” wordt door factchecker Bas Tooms als onwaar bestempeld. Hij berekent dat wanneer de energie-inhoud van het gasgebruik van woningen (330 PJ per jaar) geleverd zou moeten worden door de elektriciteit uit 250 Watt zonnepanelen, hiervoor op elk van de 9,86 miljoen daken die Nederland telt, 44 panelen zouden moeten staan. Deze zouden bovendien naar het zuiden gericht moeten zijn en niet in de schaduw staan. Hiervoor is gemiddeld een (zonnig en plat of zuidelijk) oppervlak van 70 m2 nodig per dak, terwijl het merendeel van de daken, namelijk 6,46 miljoen, een dapoppervlak heeft dat kleiner is dan 70 m2. De stelling is daarmee bewijsbaar onjuist, volgens Bas Tooms.

De feiten zijn juist, dus er lijkt geen speld tussen te krijgen. Toch is de conclusie onjuist, want de factchecker heeft een belangrijk gegeven over het hoofd gezien. De meest gebruikte en zuinige oplossing om in een gebouw warmte uit elektriciteit te winnen is door middel van een warmtepomp. Zo’n apparaat wordt elektrisch aangedreven en pompt warmte uit de buitenlucht of uit het grondwater de woning in. De werking is vergelijkbaar met de warmtepomp die in elke koelkast zit, zij het dat deze juist de warmte uit de koelkast naar buiten pompt. In de omgekeerde richting dus. Door toepassing van een warmtepomp heb je zodoende veel minder elektrische energie nodig dan de energie-inhoud van het gas om de zelfde hoeveelheid ruimteverwarming en warm tapwater te leveren.

Hoe werkt dit door in de getallen? De efficientie van een warmtepomp wordt uitgedrukt in de zogenaamde Coefficient of Performance (COP). Dit is de verhouding tussen de hoeveelheid warmte die wordt geproduceerd en de elektrische energie die daarvoor nodig is. De COP hangt af van het temperatuurverschil tussen het medium binnen (de kamerlucht) en het medium buiten (het grondwater of de buitenlucht). Gemiddeld halen lucht-water warmtepompen een COP van 3.5 en water-water warmtepompen een COP van meer dan 5. Laten we voor de berekening aannemen dat we een warmtepomp hebben met een COP van 4. Dat betekent dat er voor elke hoeveelheid elektriciteit (die ook in warmte wordt omgezet) 3 keer zoveel warmte naar binnen wordt gepompt. We hebben dan maar een kwart van de energie van het gasbruik aan elektrische energie nodig. Dit zijn dus geen 44 panelen per dak, maar ca. 11. Daarnaast worden zonnepanelen steeds beter en zijn panelen van 300 Watt al redelijk gangbaar. Van dergelijke panelen zijn er nog maar 9 per dak nodig. Als deze strak naast elkaar geplaatst worden, nemen deze 9 panelen een dakoppervlak in van ca. 15 m2. Dat moet makkelijk passen.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Gouden Halve Eeuw is voorbij – kansen voor een nieuw energietijdperk

Op 23 juni maakte minister Kamp bekend dat de gaswinning verder wordt teruggedraaid. Wat mij betreft het startsein voor een periode van een ongelofelijk veel  kansen om over te schakelen op een nieuwe energievoorziening. Kansen voor nieuwe werkgelegenheid, kansen voor een meer lokale organisatie en kansen voor een schonere energievoorziening.

De titel van dit stuk is ontleend aan een artikel in de Volkskrant dd 23 juni jl. van redacteur Jurre van den Berg. Hij beschrijft 4 alternatieven voor ons gasverbruik: minder verbruiken, meer importeren, minder exporteren en het toepassen van fracking om de laatste restjes gas uit de kleinere velden te winnen. Alternatieven die allemaal doorgaan op het doodlopende pad van de afgelopen Gouden Halve Eeuw. En misschien erger: alternatieven die geen enkele bijdrage leveren aan het noodzakelijke terugdringen van de CO2-uitstoot. Een gemiste kans: juist nu moeten we het momentum gebruiken om andere wegen te bewandelen. Om andere technieken te proberen en nieuwe businessmodellen te testen. Met als doel een uitstootvrije energievoorziening, die niet van Poetin afhankelijk is.

Wat betekent het als we de komende 10 jaar onze huizen niet meer verwarmen met gas, maar dat elektrisch doen, bijvoorbeeld met warmtepompen? Welke gevolgen heeft het sluiten van een elektriciteitscentrale die op gas draait? Hoeveel gas is nodig voor de productie van kunstmest? Hoe gaat Mark Rutte het gasgat in de begroting dichten? Voor een journalist lijken mij bovenstaande vragen veel interessanter om uit te zoeken dan de obligate alternatieven die nu in uw krant opgesomd zijn. De alternatieven waar Jurre van den Berg mee komt borduren voort op de wijze waarop we de afgelopen 50 jaar ongegeneerd een uiterst kostbare grondstof in de fik hebben gestoken. We moeten ons denken kantelen en onze behoeften op een nieuwe manier gaan invullen.
Een voorbeeld:
Het is mogelijk om een bestaande woning “gasloos” te maken. Dit kost, afhankelijk van hoe goed de woning geïsoleerd is, ongeveer €25.000. Daarna is er geen gasrekening meer, alleen nog elektriciteit. De rol van een energiebedrijf kan daarmee veranderen van een gasleverancier naar warmteleverancier. Dit is een leverancier die bijvoorbeeld in een warmtepomp investeert en vervolgens de geproduceerde warmte verkoopt aan de klant. Een mooie nieuwe kans voor  traditionele energieleveranciers die onder druk staan omdat ze steeds minder elektriciteit kunnen leveren. Steeds meer mensen produceren die elektriciteit immers zelf.
Ook de overheid kan kantelen in haar denken: de energietransitie wordt bemoeilijkt door het feit dat de energiebelasting op elektriciteit hoger is dan die op gas. Zie het vandaag verschenen rapport van CE Delft (http://www.ce.nl/nieuws/367/Verschuivingen_Energiebelasting/). Een geleidelijke verschuiving van belasting op elektra naar belasting op gas, maakt het interessanter om een huis elektrisch te verwarmen in plaats van met gas. Door de verschuiving van de belasting wordt het immers het gas duurder en de elektriciteit goedkoper. EV staat dan niet alleen voor Elektrisch Vervoer, maar ook voor Elektrische Verwarming!

Tot slot: het wordt tijd dat ook de media kantelen in hun denken. Dat zij niet klakkeloos voortdenken op gebaande paden. Hoog tijd om nieuwe wegen te onderzoeken en mogelijkheden te bediscussiëren. Ik zie dat als een grote opdracht voor de media.

De rol van gas is nog lang niet uitgespeeld, daar zijn we het over eens. Maar wat zijn de gevolgen van de rol die gas op dit moment (nog) speelt? Welke kansrijke alternatieven kunnen die rol overnemen? En wat heeft dat voor impact op de samenleving? Wat verandert er dan?  Een heel nieuw speelveld waarin journalisten zich kunnen uitleven. Een kans voor de Volkskrant. De Guardian is alvast begonnen…

Geplaatst in Opinie | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

BP mist essentie van data uit eigen energy review

Afgelopen week heeft BP haar Review of World Energy weer uitgegeven. De kwaliteit van de data wordt door experts niet in twijfel getrokken, dus laat ik dat ook niet doen. De drie geselecteerde hoogtepunten; schalie-winning in Amerika, afnemende energievraag in China en het groeiende belang van klimaat- en milieu-issues zijn dan ook interessant om te lezen. De bril waarmee de data wordt uitgelegd, durf ik echter wel ter discussie te stellen. Dit geeft vooral treffend aan hoe een grote conventionele olieboer ondanks een surplus aan middelen er nauwelijks in slaagt buiten haar eigen kader te denken.

Interpretaties van een olieboer

Het is op zich een grote vooruitgang dat ontwikkelingen op het gebied van hernieuwbare energie in ieder geval niet meer worden genegeerd of met fear-uncertainty-and-doubt argumenten worden weggezet. Er wordt aandacht aan besteed, maar ik lees wel opvallende interpretaties. Mogelijk komt dat door de bril waardoor ik zelf lees, maar oordeel zelf onderstaande over drie onderwerpen.

Ten eerste wordt expliciet aangegeven dat er voldoende fossiele energie is maar dat die in een meer efficiënte en duurzame manier gebruikt moet worden. Daar kan ik het mee eens zijn. Een belangrijke motivatie voor het blijven gebruiken van fossiel is dat we anders arme mensen in Afrika en India ontwikkelingskansen ontnemen. Dit lijkt ongeveer een kopie van het eerdere betoog van Van Beurden van Shell als “hoeder van de kansen voor minder bedeelden”. Mooi statement, maar in een historisch perspectief klinkt dit toch heel anders. De afgelopen 50 jaar is er, onder andere door beide bedrijven, enorm veel olie in Afrika opgepompt waar de lokale bevolking financieel weinig van heeft teruggezien onder slechte sociale omstandigheden met een grote negatieve impact op het milieu. Begrijp ik dan goed dat BP pleit om (terwijl we de schadelijk impact meer onder ogen zien) in de toekomst olie te winnen op de Noordpool en te verstoken in Afrika om te compenseren voor het feit dat er in het verleden niet heel fair is afgerekend voor de plaatselijke olie?

In het stuk over hernieuwbare energie noemt het rapport het hernieuwbare glas zowel half vol als half leeg glas. Bij het volle glas wordt kort gemeld dat de groei van hernieuwbaar ongeveer 1/3 van de gehele groei vertegenwoordigt. Bij het lege glas wordt in meer tekst uitgelegd dat deze groei feitelijk insignificant is wanneer je bedenkt dat; die lager is dan in het verleden; relatief is omdat hernieuwbaar minder afhankelijk is van vraagfactoren dan fossiel en; hernieuwbaar slecht 3% van de totale hoeveelheid primaire energie vertegenwoordigt. Op wereldschaal wellicht waar dat het langzaam gaat, maar het aanbod van zon en wind heeft bijvoorbeeld de Duitse energiemarkt al sterk uit balans gebracht en de recente acceleratie van zon in Engeland kan snel een gelijk effect hebben. Dit doet me sterk denken aan de CD-winkel eigenaar die in 2002 zegt dat het met internetverkopen ‘niet zo’n vaart zal lopen’ omdat ‘mensen toch altijd eerst even willen luisteren’.

Het laatst punt gaat over de afnemende groei van de CO2-emissie. Ook BP vindt het heugelijk dat de uitstoot minder snel groeit. In de toelichting wordt vervolgens alleen aandacht gegeven aan de enorme impact die kolenverbruik in China heeft. Dit is een grote factor, maar sluit ook aan bij het in deze context toepasselijke Nederlandse spreekwoord over “de pot die de ketel verwijt”.BP_CO2 emissie_review 15

Interessante observaties

In de presentatie bij het rapport worden drie meest opvallende ontwikkelingen genoemd in aanvulling op de spectaculaire prijsdaling. De CO2-emissie en hernieuwbare energie zijn hierboven al aan de orde gekomen. Volgen hier kort de interessante punten van de andere twee ontwikkelingen.

Schalie-revolutie

Een aantal wetenswaardigheden. Amerika is inmiddels de grootste olieproducent ter wereld. Er werd $120 miljard in de sector geïnvesteerd in 2014, een verdubbeling ten opzichte van 2009. Amerika voorziet inmiddels in 90% van haar eigen energiebehoefte, importeert nog maar de helft van de piek in 2005 en het tekort op de handelsbalans is daarmee sterk teruggelopen. Interessant om op een ander moment te kijken of dit de reden is waarom Saoedi Arabië de olieprijs drukt of wat de geopolitieke gevolgen kunnen zijn nu Amerika bijna geen olie van derden meer nodig heeft.

Energievraag China

De vraag naar energie in China groeit minder hard. Dat komt niet alleen omdat de economie minder hard groeit dan voorheen. De mix is ook aan het veranderen doordat de investeringen in infrastructuur en vastgoed relatief kleiner worden. Hierdoor is minder energie-intensief staal, ijzer en cement nodig. Opvallend om te zien dat de energiegroei in bijna al regio’s in de wereld kleiner (of daling groter) is dan het 10 jaar gemiddelde, behalve in Amerika. Interessante vraag is of dit komt door de aantrekkende groei in Amerika of de (plotselinge) beschikbaarheid van schalie-energie.

Kortom, op basis van deze hoogwaardige cijfers wordt vooral geconcludeerd dat hernieuwbare energie zo’n vaart niet zal lopen en fossiel ondanks de toenemende milieu gewoon nog gebruikt moeten worden. Zij het wat efficiënter.

BP_energy and economy_review 15

Geplaatst in Opinie | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

We’ll always have Paris

ObamaBill Clinton stopte in zijn laatste jaar als president van de Verenigde Staten veel energie in het Midden Oosten. Tijdens de nadagen van zijn presidentschap verscheen daarom een cartoon van Clinton, de Palestijnse leider Yasser Arafat en de Israëlisch premier Ehud Barak. Clinton probeert de kemphanen aan de haren mee te trekken over een finishlijn. Achter de finishlijn staat Monika Lewinsky te wachten met een bos bloemen. We kennen nu de uitkomst: Bill Clinton wordt niet herinnerd als vredestichter in Midden Oosten, maar als de president van de Lewinsky-affaire.

De huidige president van de Verenigde Staten heeft hele andere zorgen, maar hij zal niet minder nadenken over zijn legacy. Hoe wil Barack Obama worden herinnerd? Als de eerste zwarte president? Als de president die alle Amerikanen een ziektekostenverzekering bezorgde? Mijn hoop is dat Obama wil worden herinnerd als de president die klimaatverandering beëindigde door de wereld achter een wereldwijd klimaatakkoord te scharen.

De eerste signalen dat hij daar aan werkt zijn er. Obama is een verklaard aanhanger van het 2-graden-scenario, waar de meeste landen tijdens de klimaatconferentie in Kopenhagen in 2009 voor tekenden. Wanneer de wereld meer dan 2 graden opwarmt, zijn de klimaatrampen in zijn ogen niet te overzien. In 2014 sloten Obama en de Chinese president  Xi Jinping een historisch klimaatakkoord. In hetzelfde jaar zei Obama in een interview over fossiele brandstoffen doodleuk: “We kunnen niet alles verbranden.” Volgens Bloomberg Business de verreikendste uitspraak ooit gedaan door een Amerikaanse president. “En toch lijkt niemand hem te hebben opgemerkt,” voegt de website er aan toe.

Obama en Jinping hoeven zich geen zorgen te maken over de volgende verkiezingen, maar ook andere politici hoeven niet meer terug te deinzen voor milieumaatregelen. Lange tijd dachten politici te moeten kiezen tussen economische groei en milieumaatregelen. Die keuze is een vals dilemma geworden, omdat duurzame energie steeds goedkoper wordt en banen oplevert. Duitsland laat bijvoorbeeld zien dat duurzame energie en economische groei uitstekend samen gaan. Al Gore’s uitspraak “Het minimum van wat wetenschappelijk noodzakelijk is, is groter dan het maximum dat politiek haalbaar is,” is achterhaald.

Zonder wereldwijd klimaatakkoord, waar nu zelfs de oliemaatschappijen voor pleiten, komt de overgang van fossiele naar duurzame energie er ook, simpelweg omdat duurzame energie steeds goedkoper en fossiele energie steeds duurder wordt, maar ik hoop dat het Obama lukt om deze overgang te versnellen met een wereldwijd klimaatakkoord. Een akkoord in Parijs kan de erfenis van Barack Obama worden, zodat hij zijn laatste dag als machtigste man van de wereld kan afsluiten met: “We’ll always have Paris.”

Mark van Baal is energiejournalist en oprichter van Follow This, een beweging van aandeelhouders van Shell die Shell wil bewegen een duurzaam energiebedrijf te worden.

Geplaatst in Opinie | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

‘La route vers Paris’ of Nice

Meer en meer komen we in een opmaat naar de internationale klimaat conferentie in Parijs in dit najaar. Het begin van een waar mediaspektakel waar ook Energydots aandacht aan besteedt in ‘la route vers Paris’. Persoonlijk ben ik echter eigenlijk van mening dat deze conferenties een internationaal klimaatcircus zijn geworden die, ongeacht het politieke resultaat, meer kwaad dan goed doen. Kort gezegd; omdat klimaatproblematiek hiermee een spel van (machtige) overheden lijkt, in een sfeer gekenmerkt door onderhandelingen in plaats van samenwerking, waarbij eigen verantwoordelijkheid en impact van burgers en bedrijven gemarginaliseerd wordt.

Een lange zin die uiteenvalt in drie aan elkaar gerelateerde onderdelen die ik in dit blog kort zal toelichten. Mijn stelling is dat we het Parijse circus beter kunnen negeren en doorrijden naar Nice of misschien zelfs dit niet doen voor degenen die nog wel proberen hun eigen footprint zo klein mogelijk te houden.   Nice ville

Machtige overheden

Dat president Obama naar Kopenhagen komt om een doorbraak te forceren, lijkt een mooi commitment aan de conferentie, maar geeft ook een aantal andere signalen af. Allereerst suggereert dit dat de sleutel tot voorkomen van een klimaatcatastrofe bij overheden ligt. We hebben een probleem en de overheid gaat het oplossen, met een centrale rol voor overheidsbeleid en regelgeving. Afgezien van het feit dat de betrokken landen niet tot een akkoord zijn gekomen, hebben de meeste overheden een zeer matige staat van dienst op dit gebied. Belangrijk is echter dat het vraagstuk heel negatief gepositioneerd wordt en niet als kans voor innovatieve bedrijven en / of als morele wens om beter te zorgen voor planet en people wordt opgepakt. Dit leidt tot een inmiddels vastgeroest patroon waarbij de overheid (waarschijnlijk te laat en te beperkt) met restrictieve maatregelen komt  en bedrijven en burgers proberen hieraan met zo’n beperkt mogelijke inspanning zo laat mogelijk te voldoen.

Ten tweede is er een hoofdrol voor de machtige landen. Enerzijds logisch, maar dit gaat ook ten koste van de stem van vooruitstrevende kleine Westerse landen als Denenmarken of een land als Bangladesh waar de gevolgen van een zeespiegelstijging waarschijnlijk het eerst en met de grootste impact zullen optreden.

Tenslotte slaagt Obama er eigenlijk ook niet in om tot een goed resultaat te komen, dus eigenlijk lijkt niemand  in staat het voortouw te nemen.

Onderhandelingen

In de media wordt zelfs geregeld gesproken over de klimaatonderhandelingen. Ook zo’n geweldig signaal. Er is een serieuze kans dat de mensheid een klimaatcatastrofe aan het creëren is en we organiseren eens in de vier jaar een onderhandeling om te zorgen dat onze bijdrage aan het voorkomen hiervan zo klein mogelijk is. Mag ik hier uit afleiden dat het allemaal niet zo’n vaart zal lopen? Is het voorkomen van deze catastrofe dus vooral iets met negatieve opbrengsten ? Is het heel erg of dom als we (of ik) iets meer bijdragen dan een ander? Dat zijn vragen die ‘onderhandeling’ bij mij oproepen en  waardoor ik direct weer ga twijfelen over zowel de urgentie als mijn individuele motivatie om een bijdrage te leveren.

Eigen verantwoordelijkheid en impact

En wat moet je hier als individuele burger of bedrijf uit concluderen? Het wordt gepresenteerd als een spel waar de presidenten van landen als Amerika, China, Brazilië het voor het zeggen hebben. Heeft het dan zin om die stedentrip een keer niet te doen, af en toe geen vlees te eten of me te bekommeren om biodiversiteit?  Je individuele impact is wel heel, heel erg klein in dit geheel. Zeker als vervolgens de ‘onderhandelingen’ mislukken. Dan moet je wel heel erg betrokken zijn om je eigen verantwoordelijkheid te nemen (of een andere motivatie hebben). Het is dan al snel logisch om eigen acties ook maar uit te stellen tot na de volgende conferentie.

Geplaatst in Politiek en beleid | Tags: , , | 1 reactie

Nederland ‘worst in class’ in 20-20-20 energie doelstelling

Een nogal cynische kolom van Mathijs Bouman in het FD over de prestaties van Nederland in de Europese 20-20-20 doelstellingen is de aanleiding om het onderliggende Eurostat rapport eens nader te bekijken. En wat blijkt? Het is nog veel erger. Niet alleen Nederland zou zich moeten schamen, maar de effectiviteit van het volledige beleid kan ter discussie worden gesteld, want;

  • Bouman heeft niet overdreven want ‘Het braafste jongetje van de klas’ scoort op alle drie de beschouwde dossiers in de onderste regionen.
  • De hele Europese 20-20-20 ambitie blijft slechts binnen bereik met veel statische kunst- en vliegwerk van Eurostat en de geboekte voortgang is voornamelijk te danken aan afnemende economische activiteit door de crisis en milde winters in de afgelopen jaren.
  • Er zijn heel weinig aanwijzingen te vinden dat de maatschappelijke en economische opbrengsten die als parallelle motivatie voor het beleid dienen ook maar enigszins gerealiseerd worden.

Misschien ben ik te kritisch, maar mijn conclusie is dat zowel de klimaat als economische doelstellingen niet bereikt gaan worden en dat de resultaten die tot nu toe wel gehaald zijn voor een groot deel toe te schrijven zijn aan de afgenomen economische activiteit en zachte winters. Hier moet vooral voor “lezen wat er niet staat”, want het rapport doet er in mijn ogen alles aan om een positief beeld te schetsen van de beleidsresultaten en de economische en maatschappelijke opbrengsten. De vraag is waarom. Laten we snel vaststellen of mijn beeld klopt, want een beleid dat niet bijdraagt moet zo snel mogelijk opnieuw worden beschouwd en een statische bureau dat uitkomsten maskeert is wel heel erg old school.

De Europese 20-20-20 doelstellingen

De Europa 20 20 – 20 strategie voor energie en klimaat heeft een simpel geformuleerde doelstelling;

  • 20% minder CO2 uitstoot (tov 1990);
  • 20% hernieuwbare energie op gebruiksniveau en;
  • 20% verbetering van de energie-efficiëntie.

Het beleid is niet alleen gericht op het tegengaan van de klimaatverandering. Het is parallel een middel om economische en maatschappelijke vooruitgang te bereiken. Allereerst door innovatie en banengroei te stimuleren. Er liggen 3 miljoen banen in het verschiet en een bloeiende cleantech sector met een sterke exportpositie. Ten tweede wordt Europa minder afhankelijk van energie import en andere materiaalimporten (door een synergie-effect). Daarnaast gaan door een schonere lucht gezondheidskosten naar beneden en maatschappelijke welvaart omhoog. Hier ligt wat mij betreft de crux. Een beleid met maatregelen die op korte termijn scheuren en maatschappelijke investeringen (lees subsidies) vraagt, is alleen gerechtvaardigd als het economische en maatschappelijke vooruitgang brengt én Europa een leidende positie in het klimaatdebat geeft.

Resultaten tot nu toe

Dit is een korte schets van de resultaten op de drie dossiers. Meer uitgebreide cijfers en de specifieke positie van Nederland, zijn in de bijlage verder beschreven.

20% minder CO2-emissie

Dit dossier lijkt heel goed te gaan want er wordt een percentage van 82.1% gerapporteerd. De terugloop van economische activiteit tijdens de crisis (7%) en verplaatsing van zware industrie naar het buitenland in de jaren ’90 verklaart echter groot deel van de daling.

Eurostat_CO2 emissie

20% hernieuwbare energie

Ook hier is op het eerste gezicht niet aan de hand. Het aandeel hernieuwbaar is met 70% gestegen in 8 jaar. Op dit tempo is een groei van 14,1% naar 20% in de volgende 8 jaar niet onwaarschijnlijk. Een genuanceerde of kritische blik geeft aanleiding om kanttekeningen te plaatsen. Vaste biobrandstof en afvalverbranding maken iets meer dan 50% van de hernieuwbare productie uit. In de definitie worden deze vormen van biobrandstof onder de noemer hernieuwbaar geschaard. Er kleven echter meerdere andere milieunadelen aan. Daarnaast verandert deze oplossing slecht beperkt de grootschalige centrale productiestructuur en blijft er een afhankelijkheid van energiedragers en ondersteunde subsidies. Het percentage wordt tegelijkertijd kunstmatig omhoog getrokken omdat 2012 een milde winter kende met een lage vraag voor conventionele energie voor verwarming.

20% verbetering in energie-efficiëntie

Dit is de meest kosteneffectieve methode om CO2-emissie terug te brengen. Eurostat claimt dat nog maar een verdere reductie van 6,3% benodigd is, maar de berekening is niet te volgen en Eurostat geeft zelf aan dat het onduidelijk is wat het effect van de afnemende vraag is door de economische crisis en de recente zachte winters. Als dit effect in lijn is met CO2 reductie dan betekent dat dat nog niet de helft van het doel is bereikt.

Ecologische implicaties van de resultaten

Het feit dat alle doelstellingen op Europees niveau naar waarschijnlijk niet worden gehaald, heeft vanzelfsprekend gevolgen voor energie en klimaat. Het rapport geeft duidelijk aan dat hoge CO2-niveaus bijdraagt aan een temperatuurstijging. Direct daarna wordt aangegeven dat de wereldwijde CO2 uitstoot met 49% is gestegen over de periode. Met name door een toename in China en ander landen in Azië.

Wordt hiermee geïmpliceerd  dat het dus niet zo erg is dat Europa haar doelstellingen niet heeft gehaald? Daar lijkt het wel op. Daarmee wordt de discussie tussen ontwikkelde en ontwikkelende land van iedere klimaattop gevoed. Ook in Europa mogen ontwikkelende landen nog groeien in uitstoot om economische groei te faciliteren en dat is ook wat op mondiale schaal speelt. Het is dus niet terecht om bij de misperformance in Europa te verwijzen naar China en andere opkomende economieën.  Zeker als je meeneemt dat een deel van de Europese reductie van emissie en energiegebruik direct komt door het verplaatsen van zware industrie naar deze landen. Dit is echter vooral een verdelingsvraagstuk waar je over van mening kan verschillen. Het is veel interessanter om naar de economische en maatschappelijk implicaties te kijken

Economische implicaties van de resultaten

Het 20-20-20 beleid wordt niet alleen gemotiveerd door een zorg voor het klimaat, maar ook met economische en maatschappelijke motieven.  Achterblijven op deze opbrengsten is dus vooral negatief voor Europa en de middellange termijn.

Matige resultaten op de drie dossiers geven echter het  vermoeden dat de economische opbrengsten ook niet gerealiseerd worden.

Economische groei en werkgelegenheid

De eerste voorgespiegelde opbrengst is de creatie van 3 miljoen banen en een sterkte cleantech export sector. Er worden geen banencijfers gegeven, maar de scores op de dossiers zijn weinig hoopvol.  Banen en export komt vooral uit het ontwikkelen en toepassen van innovatieve nieuwe oplossingen. Op het gebied van energieopwekking komt de helft van het resultaat van het bijstoken van biomassa hetgeen behoorlijk lowtech is. De PV-industrie wordt na een goed begin in Duitsland inmiddels door Chinese aanbieders gedomineerd. Alleen in waterkracht en windenergie lijkt Europa vooralsnog on par met mondiale ontwikkelingen. Een andere bron voor innovatie ligt in energie- en materiaalefficiency waar feitelijk weinig voortgang lijkt te zijn geboekt. Een kritische lezer ziet dat het verplaatsen van zware industrie als factor genoemd wordt voor emissiereductie. Niet echt een bron voor werkgelegenheid.

Afnemende afhankelijkheid energie-importen

Een tweede opbrengst  is een afnemende afhankelijk van energie-import door gebruik van minder en hernieuwbaar lokaal geproduceerde energie. Zeker met het oog op geopolitieke ontwikkelingen in Rusland en het de Arabische wereld wint dit onderwerp aan actualiteit.

Verrassend genoeg wordt deze opbrengst ook niet gerealiseerd, want het blijkt dat het importpercentage voor de drie belangrijkste energiedragers sinds 2001 significant (met 13%) is gestegen. Het rapport besteedt hier nauwelijks aandacht aan, maar blijkbaar neemt de opbrengst uit Europese bronnen harder af dan de reductie van energiegebruik en de migratie naar hernieuwbare bronnen. De discussie rond het Groningse gas lijkt een aanwijzing dat deze daling in de toekomst eerder versnelt dan afneemt, waardoor het niet voor de hand ligt dat de afhankelijkheid af zal nemen binnen het huidige beleidskader.

Minder gezondheidsrisico’s en kosten

De laatste genoemde opbrengst ligt op het vlak van lagere gezondheidskosten door een schonere lucht. Dit gaat dan niet zozeer over CO2 maar meer over fijnstof en giftige gassen. Hier geeft het rapport geen verdere cijfers over, maar een aantal andere cijfers geeft aanwijzingen dat ook deze opbrengst niet gerealiseerd wordt. Zo doet de transportsector het slecht, terwijl deze sector grote nadelige gezondheidseffecten en uitstoot in de directe leefomgeving kent. De transport (+14%) en luchtvaart (+78%) sector tonen als enige een groei van de CO2-uitstoot. Daarnaast blijft de doelstelling voor hernieuwbare brandstof op ongeveer de helft van de gewenste 10% hangen. In de energiesector wordt veel biomassa bijgestookt. Dit wordt als hernieuwbare bron gedefinieerd, maar de nadelige gezondheidseffecten zijn niet veel lager dan bij kolenverbranding. Op basis van deze aanwijzingen ligt het dus niet voor de hand dat hier grote sprongen zijn gemaakt.

Wat nu?

Misschien dat ik alles negatief afrond waar Eurostat dat positief doet. Dan nog is er geen sprake van een door sterke door innovatie gedreven energietransitie. Dat is een gemiste kans. Sterker nog, het risico bestaat dat twee slechte uitkomsten combineert; wel een beperkend beleid voor bedrijven en investeringen van de overheid, maar geen ecologische, economische noch maatschappelijke resultaten. Een eerste stap is een objectieve verslaglegging over de resultaten van het beleid tot nu toe want de maskerende rapportage van Eurostat draagt weinig bij aan degelijke beleidvorming en transparant bestuur.

Geplaatst in Politiek en beleid | Tags: , , | 1 reactie

Eurostat 20-20-20 evaluatie kritisch belicht

Dit artikel is de bijlage bij de blog “Nederland ‘worst in class’ in 20-20-20 energie doelstelling”. Hierin constateer ik dat Eurostat in haar rapport wel heel erg haar best doet om een positief beeld te schetsen van de prestaties op de drie energie en klimaat beleidsterrein. Hierbij een klein overzicht van de onderliggende cijfers.

 20% minder CO2-emissie

Dit lijkt heel goed te gaan want er wordt een percentage van 82.1% gerapporteerd (zie figuur 3.2), dus zou je denken dat men daar op schema ligt. Begin jaren ’90 is een daling van meer dan 7% gerealiseerd (1) door structurele veranderingen als verplaatsing van zware industrie en groeiende dienstensector, modernisering van de industrie en een migratie van kolen naar gas. Daarna blijft de uitstoot stabiel tot 2007 (2). Een hoger energiegebruik wordt gecompenseerd door  onder andere een groeiend aandeel hernieuwbare energie en  betere afvalverwerking. Tijdens de economische crisis volgt wederom een scherpe daling van ongeveer 7% (3), echter gevolgd door een stijging in 2010 als de ergste crises over is (4). Daarna weer een kleine daling, maar die wordt toegeschreven aan de zachte winter van 2011 en ’12 (5). CO2 reductie EU_eurostat rapport

Een groot deel van de daling wordt dus verklaard door de terugloop van economische activiteit tijdens de crisis en verplaatsing van zware industrie naar het buitenland.  De sector cijfers geven dit ook aan want in de industrie en bouw is de grootste reductie. Welbeschouwd gaat het dus helemaal niet zo goed met de CO2 reductie. Of in ieder geval is het slechts zeer beperkt het resultaat van een beleid.

Nederland heeft dus een hoge CO2-emissie per hoofd van de bevolking. Dat kan je deels verklaren uit de opbouw van de economie. Nederland heeft bijvoorbeeld een hoog percentage transport en luchtverkeer. Twee sectoren waar de emissie nauwelijks gedaald en respectievelijk gestegen is. Wellicht dat de intensieve tuinbouw en veeteelt hier ook aan bijdraagt. Ons land scoort echter ook slecht ten opzichte van het gestelde reductietarget. Het is een van de 11 landen die nog niet aan het target voldoet. Tot 2012 is er een reductie van ongeveer 8% bij en target van 16%. Met andere woorden we zijn pas op de helft na bijna 80% van de tijd ondanks het ‘voordeel’ van de crisis. De gematigd  positieve conclusie uit het vorige blog blijkt dus niet van toepassing op Nederland.

20% hernieuwbare energie

Ook hier is op het eerste gezicht niet aan de hand. Het aandeel hernieuwbaar is met 70% gestegen in 8 jaar. Op dit tempo is een groei van 14,1% naar 20% in de volgende 8 jaar niet onwaarschijnlijk. De wordt voornamelijk toegeschreven aan dalende kosten en financiële stimuleringsmaatregelen.

Duurzame energie EU_eurostat rapport

Ook hier is een nuancerende of kritische blik op zijn plaats. Vaste biobrandstof en afvalverbranding maken iets meer dan 50% van deze productie uit. Aan deze vormen kleven anderzijds meerdere andere milieunadelen. Anderzijds vormt dit slecht gedeeltelijk een structurele oplossing. Subsidies zijn een belangrijke motivatie voor grote centrale energieproducenten voor bijstoken met biomassa. Er wordt slecht beperkt een nieuwe (decentrale) productiestructuur gebouwd waarbij nog steeds betaald wordt voor energiedragers. Hier zit geen kostencurve in en het is zeer de vraag wat er gebeurt als de subsidies stoppen. Hiermee kan de ecologische en economische duurzaamheid van 50% van ‘hernieuwbare’ productie in twijfel worden getrokken. Daarnaast kende 2012 een milde winter met een lage vraag voor conventionele energie voor verwarming, waardoor de percentage kunstmatig omhoog worden getrokken.

Duurzame energiebronnen EU_eurostat rapport

Nederland scoort zeer laag in zowel het percentage hernieuwbare energie,  de groei in de afgelopen jaren als realisatie van het eigen target. Alleen Luxemburg, Malta en het Verenigd Koninkrijk doen het slechter. Met een groot potentieel voor wind en warmte-koude opslag is dit een zeer magere score.

20% verbetering in energie-efficiëntie

Dit is de meest kosteneffectieve methode om CO2-emissie terug te brengen. Ook de lastigste om te berekenen. Allereerst de wijze waarop het target tot stand is gekomen. In 2005 is een projectie gemaakt van het energieverbruik in 2020 bij een business as usual scenario met onder andere constante economische groei. Doordat de groei sterk is achtergebleven ontstaat er ook een vertekende beeld van de toegenomen efficiëntie. Daarnaast wordt er gekeken naar primair en finaal energiegebruik geproduceerde omdat er nog een energieverlies van ongeveer 25% is bij opwekking en transport. Omdat dit verlies kleiner is bij decentrale productie zit hier mogelijke nog een vertekening in. Eurostat claimt dat een verdere reductie van 6,3% benodigd is, maar de berekening is niet te volgen en ze geven aan dat het onduidelijk is wat het effect van de afnemende vraag is door de economische crisis en de recente zachte winters.

Primaire energie productie EU_eurostat rapport

Ook op dit target scoort Nederland in de onderste deel van de lijst. Het is op basis van bovenstaande lastig te zeggen of dit geheel is toe te rekenen aan weinig voortgang. Zo staan bijvoorbeeld, veel Zuid-Europese landen waar de crisis tot de grootste krimp heeft geleid boven aan. Blijft opvallend dat Nederland op alle drie de targets onderaan bungelt.

Geplaatst in Politiek en beleid | Tags: , , | Een reactie plaatsen